Een team van de University of Washington bestudeerde een fossiel uit Baja California. Het fossiel werd in 2009 gevonden door een veldassistent en bevatte tanden, een schedel, kaken en delen van het skelet zoals een dijbeen.
De onderzoekers noemden de nieuwe soort Cimolodon desosai. Het dier was ongeveer zo groot als een goudhamster, liep op de grond en klom in bomen, en at vruchten en insecten. De vondst helpt verklaren hoe sommige zoogdieren de massa-uitsterving van 66 miljoen jaar geleden konden overleven.
Moeilijke woorden
- fossiel — versteende resten van planten of dieren
- schedel — bot rondom het hoofd en de hersenen
- skelet — alle botten in het lichaam samen
- dijbeen — grote bot in het bovenbeen
- massa-uitsterving — grote periode waarin veel soorten stierven
- overleven — niet sterven, blijven leven na gevaar
Tip: beweeg de muisaanwijzer over gemarkeerde woorden in het artikel, of tik erop om snelle definities te zien terwijl je leest of luistert.
Discussievragen
- Zou jij graag als veldassistent werken en fossielen zoeken? Waarom wel of niet?
- Denk je dat dieren die op de grond lopen en in bomen klimmen voordeel hebben? Leg kort uit.
- Ken je andere dieren die zowel vruchten als insecten eten? Noem er één of twee.
Gerelateerde artikelen
Spitsmuizen laten organen krimpen om de winter te overleven
Twee studies tonen dat Euraziatische gewone spitsmuizen in de winter hun hersenen en andere organen laten krimpen (het Dehnel-fenomeen) om minder energie te verbruiken. Wetenschappers onderzochten de genetische en chromosomale mechanismen achter dit proces.
Pterosauriërs ontwikkelden snel vliegvermogen
Nieuw onderzoek met CT-scans van fossiele hersenholten toont dat pterosauriërs hun vliegvermogen snel ontwikkelden. Wetenschappers vergeleken hun hersenen met die van nauwe verwanten en zien grote optische kwabben en een andere breinvorm.