Een studie toont aan dat het systeem waarmee mieren nestgenoten van buitenstaanders onderscheiden flexibeler is dan eerder gedacht. De onderzoekers gebruikten clonale Ooceraea biroi-mieren, die zich ongeslachtelijk voortplanten, zodat genetisch identieke lijnen konden worden gemaakt en gecombineerd in experimentele kolonies. Zo konden ze gedrag en chemische profielen zorgvuldig onderzoeken.
Chemische analyses vonden dat kolonies dezelfde set wasachtige verbindingen delen, maar deze in andere verhoudingen combineren om onderscheidende koloniegeuren te vormen. Basistests bevestigden dat mieren doorgaans agressief reageren op vreemde genotypen, maar het team ontdekte dat ervaring die reactie kan veranderen.
Door jonge mieren met zwakke chemische profielen in vreemde kolonies te plaatsen, zagen de onderzoekers dat na 1 maand voortdurende blootstelling die mieren chemisch overeenkwamen met hun pleegkolonie en geen agressie meer ondervonden bij afzonderlijke tests. Er bleven echter grenzen: dieren die al bij het ei-stadium waren gescheiden, accepteerden nog steeds individuen van hun eigen genotype, wat wijst op een intrinsiek zelfgevoel dat ervaring niet volledig wist.
De aangeleerde tolerantie bleek kwetsbaar: als contact met de pleegkolonie stopte, keerde de agressie na ongeveer een week terug terwijl het chemische profiel weer veranderde. Tegelijkertijd waren korte, incidentele ontmoetingen voldoende om tolerantie te behouden, en de tolerantie bleef zelfs na 5 dagen volledige scheiding bestaan, wat wijst op een langduriger reukgeheugen in plaats van kortdurende sensorische gewenning. De onderzoekers vergelijken dit patroon met immuun tolerantie en willen nu neurale activiteit in kaart brengen terwijl een mier een nestgenoot of niet-nestgenoot ontmoet. "Het doel is te laten zien waar leren en aanpassing in het mierbrein plaatsvinden," zegt Daniel Kronauer.