Een internationale studie, gepubliceerd in Science Advances, laat zien dat wetenschappers nu sneller nieuwe soorten ontdekken dan voorheen. Het werk bouwt voort op bijna 300 jaar taxonomie, sinds Carl Linnaeus meer dan 10.000 soorten beschreef en het binomiale naamgevingssysteem vastlegde.
Het team analyseerde de taxonomische geschiedenis van ongeveer 2 miljoen soorten. Tussen 2015 en 2020 registreerden zij gemiddeld meer dan 16.000 nieuwe soorten per jaar. Het merendeel waren dieren (vooral geleedpotigen en insecten), daarnaast ongeveer 2.500 planten en ongeveer 2.000 schimmels.
Ontdekking is belangrijk voor bescherming, want soorten kunnen pas beschermd worden als ze wetenschappelijk beschreven zijn. De onderzoekers willen nu uitzoeken waar nieuwe soorten voorkomen en wie deze ontdekkingen doet.
Moeilijke woorden
- taxonomie — wetenschappelijke indeling van soorten en groepen
- registeren — iets officieel vastleggen in een lijst of databaseregistreerden
- geleedpotige — dieren met een hard lichaam en meerdere potengeleedpotigen
- schimmel — organisme zoals paddenstoel of gistschimmels
- beschermen — iemand of iets veilig maken tegen schadebeschermd
- onderzoeker — iemand die onderzoek doet in de wetenschaponderzoekers
Tip: beweeg de muisaanwijzer over gemarkeerde woorden in het artikel, of tik erop om snelle definities te zien terwijl je leest of luistert.
Discussievragen
- Waarom is het volgens jou belangrijk om nieuwe soorten te ontdekken?
- Ken je een insect of een plant uit jouw omgeving? Beschrijf die kort.
- Wie zou volgens jou nieuwe soorten kunnen ontdekken? Waarom?
Gerelateerde artikelen
Kleine cellen helpen mangroves tegen zout water
Onderzoekers vonden dat mangrovebomen kleinere cellen en dikkere celwanden hebben. Die eigenschappen geven stevigheid en helpen tegen herhaalde overstroming met zout water. De bevinding kan strategieën voor zouttolerante planten aanwijzen.
30 jaar vogelonderzoek toont veerkracht in noordwest Noord‑Amerika
Heronderzoek van vogelgemeenschappen in het noordwesten van de Verenigde Staten en zuidwest Canada over 30 jaar laat zien dat veel soorten stabiel blijven of op grotere hoogtes talrijker worden. Sommige soorten hebben wel gerichte hulp nodig.