Onderzoekers van de University of California, Riverside onderzochten schimmels die na brand opdoken. Vijf jaar lang verzamelden ze monsters op zeven brandplekken in Californië. In het laboratorium sequentieerden ze genomen en plaatsten sommige stammen op houtskool.
De onderzoekers zagen drie hoofdstrategieën: genduplikatie, seksuele recombinatie en horizontale genoverdracht. Sommige soorten overleven ook fysiek, bijvoorbeeld met sclerotia of door dieper in de bodem te zitten. Een snelle soort, Pyronema, maakt kleine oranje paddenstoelen nadat concurrenten weg zijn.
Inzicht in deze processen kan helpen bij het opruimen van vervuiling en het herstel van verbrande landschappen.
Moeilijke woorden
- sequentiëren — het bepalen van de volgorde van DNAsequentieerden
- genoom — alle erfelijke informatie van een organismegenomen
- stam — een groep van verwante organismenstammen
- genduplikatie — een kopie van een deel van het DNA
- seksuele recombinatie — nieuw DNA door uitwisseling tussen ouders
- horizontale genoverdracht — overdracht van genen tussen verschillende organismen
- sclerotium — harde delen van een schimmel om te overlevensclerotia
- vervuiling — het vuil of schadelijke stoffen in de natuur
Tip: beweeg de muisaanwijzer over gemarkeerde woorden in het artikel, of tik erop om snelle definities te zien terwijl je leest of luistert.
Discussievragen
- Denk je dat schimmels na een brand nuttig kunnen zijn? Waarom?
- Heb je ooit een verbrande plek in de natuur gezien? Wat zag je daar?
- Welke van de drie strategieën vind je het meest interessant en waarom?
Gerelateerde artikelen
Inheemse groepen vragen bescherming van tropische bossen op COP30
Op COP30 in Belém riepen inheemse volkeren en lokale gemeenschappen om sterkere bescherming van bossen, erkenning van territoriale rechten en directe toegang tot klimaatfinanciering. Een rapport van GATC en Earth Insight toont waar extractieve industrieën gebieden bedreigen.
Wetenschap aantrekkelijk maken met activiteiten
Evenementen met proefjes, lezingen en doe-activiteiten maken wetenschap begrijpelijker en aantrekkelijker. Organisatoren passen activiteiten aan leeftijden aan, werken op verschillende locaties en meten succes met bezoekers en feedback.