Fibrotische ziekten vormen een grote medische uitdaging omdat ze te veel littekenweefsel in huid en inwendige organen veroorzaken en de levenskwaliteit ernstig kunnen verminderen. Fibrose draagt bij aan ongeveer 45% van alle sterfgevallen in ontwikkelde landen, terwijl effectieve behandelingen grotendeels ontbreken. Onderzoekers van de Yale School of Medicine rapporteerden twee gerelateerde ontdekkingen die nieuwe therapeutische wegen openen.
In een studie in Blood ontwikkelde het team een humane monoklonale antilichaam die epireguline blokkeert. Epireguline bindt aan de epidermale groeifactorreceptor (EGFR) en was verhoogd in huidmonsters van patiënten met sclerodermie. Het antilichaam verlaagde fibrose-biomerkers in gehumaniseerde muismodellen en in huidbiopten van patiënten, wat suggereert dat remming van epireguline een bruikbare therapie kan zijn voor verschillende fibrotische aandoeningen.
In een tweede studie, gepubliceerd in Nature Communications, vergeleken de onderzoekers zeven inflammatoire huidziekten — waaronder atopische dermatitis en psoriasis — met fibrotische ziekten zoals sclerodermie, graft-versus-host-ziekte en lupus. Ze vonden grotere STAT1-activiteit in fibroblasten uit fibrotische aandoeningen. Muismodellen zonder STAT1 ontwikkelden minder fibrose na EGFR-activatie, en kweekproeven bevestigden dat STAT1 nodig is voor fibrotische genactivatie.
Belangrijke mechanistische vondst is dat EGFR STAT1 kan activeren onafhankelijk van Janus-kinasen (JAKs). Dit helpt verklaren waarom JAK-remmers effectief zijn bij sommige ontstekingshuidziekten maar minder bij fibrose. De onderzoekers noemen twee veelbelovende therapeutische wegen:
- directe remming van epireguline met een antilichaam,
- gericht ingrijpen op de EGFR–STAT1-route.
De onderzoekers willen de anti-epireguline-therapie verder testen bij andere fibrotische ziekten zoals lupus en hidradenitis suppurativa. Ian Odell merkte op dat het epireguline-signaal duidelijk naar voren kwam bij fibrotische graft-versus-host-ziekte en dat remming van de route veilig zou moeten zijn omdat ze vooral actief is tijdens verwonding of ontsteking. Richard Flavell benadrukte de grote onbeantwoorde behoefte aan behandelingen en sprak van veel hoop voor de toekomst.
Moeilijke woorden
- fibrotisch — met veel littekenweefsel in weefsels of organenfibrotische
- littekenweefsel — weefsel dat ontstaat na wond of beschadiging
- epireguline — eiwit dat aan EGFR bindt en signalen geeft
- epidermale groeifactorreceptor — celreceptor die groeisignalen van buiten ontvangtEGFR
- monoklonaal antilichaam — gelijkvormig eiwit dat specifiek één doel blokkeertmonoklonale antilichaam
- Janus-kinase — eiwitgroep die signalen in cellen doorgeeftJanus-kinasen, JAKs
- remming — handeling die activiteit of proces vermindert
Tip: beweeg de muisaanwijzer over gemarkeerde woorden in het artikel, of tik erop om snelle definities te zien terwijl je leest of luistert.
Discussievragen
- Wat ziet u als mogelijke voordelen en nadelen van een anti-epireguline-therapie voor patiënten met fibrose?
- Hoe zou gericht ingrijpen op de EGFR–STAT1-route het verschil kunnen maken tussen behandeling van ontsteking en behandeling van fibrose?
- Welke stappen zouden volgens u belangrijk zijn voordat deze therapieën bij andere fibrotische ziekten worden toegepast?
Gerelateerde artikelen
Telezorg levert steeds meer PrEP in de Verenigde Staten
Een landelijke analyse laat zien dat bijna 20% van de Amerikaanse PrEP-gebruikers hun medicatie via telezorg kreeg in 2024. De studie noemt sterke groei, samenwerking met telePrEP-aanbieders en mogelijke onderschatting van het bereik.
Tijd van behandeling beïnvloedt reactie van glioblastoom op chemotherapie
Nieuw onderzoek toont aan dat het tijdstip van behandeling kan veranderen hoe glioblastoom reageert op temozolomide. MGMT-activiteit en methylatie wisselen door de dag; onderzoekers stellen chronodiagnostiek en chronotherapie voor.
Klimaatonderzoek: extremer neerslag en warmere nachten in Tanzania
Nieuw onderzoek waarschuwt dat delen van Tanzania vaker zeer nat en extreem nat weer en hogere temperaturen krijgen. Dit raakt landbouw, gezondheid en steden en experts roepen op tot sterkere nationale maatregelen en betere paraatheid.