Een nieuwe studie suggereert dat wetenschappers mogelijk te weinig gewervelde diersoorten kennen. De onderzoekers vinden dat een erkende soort gemiddeld twee niet-herkende of "cryptische" soorten kan verbergen. Dat kan betekenen dat er mogelijk twee keer zoveel soorten bestaan als eerder gedacht.
Cryptische soorten lijken bijna hetzelfde, maar hun DNA laat zien dat het verschillende genetische lijnen zijn. Voortgang in moleculair DNA-onderzoek maakt het vergelijken van populaties makkelijker en goedkoper. Een voorbeeld is een bergslang in Arizona: in 2011 lieten moleculaire gegevens verschillen zien tussen noordelijke en zuidelijke populaties. Dit heeft gevolgen voor natuurbehoud omdat kleinere verspreidingsgebieden meer risico op uitsterven geven en veel cryptische soorten geen wettelijke bescherming hebben.
Moeilijke woorden
- gewervelde — dier met een wervelkolom of ruggenmerg
- cryptisch — soort die visueel nauwelijks te onderscheiden iscryptische
- genetisch — betrekking hebbend op erfelijk materiaal in organismengenetische
- populatie — groep van dezelfde soort in één gebiedpopulaties
- moleculair — met kleine onderdelen zoals DNA in organismen
- uitsterven — verdwijnen van een soort, niet meer bestaan
Tip: beweeg de muisaanwijzer over gemarkeerde woorden in het artikel, of tik erop om snelle definities te zien terwijl je leest of luistert.
Discussievragen
- Zou je willen dat cryptische soorten wettelijke bescherming krijgen? Waarom wel of niet?
- Ken je een voorbeeld van twee dieren die op elkaar lijken maar verschillend zijn?
- Vind je dat meer DNA-onderzoek belangrijk is voor natuurbehoud? Leg kort uit.
Gerelateerde artikelen
Gen en hersenvaatschade verhogen samen het risico op dementie
Onderzoekers onderzochten of een erfelijke variant (APOE ε4) en schade aan hersenbloedvaten (WMH) samen het risico op dementie vergroten. Ze vonden dat beide factoren elk apart extra risico geven en dat vasculaire gezondheid beïnvloedbaar is.
30 jaar vogelonderzoek toont veerkracht in noordwest Noord‑Amerika
Heronderzoek van vogelgemeenschappen in het noordwesten van de Verenigde Staten en zuidwest Canada over 30 jaar laat zien dat veel soorten stabiel blijven of op grotere hoogtes talrijker worden. Sommige soorten hebben wel gerichte hulp nodig.