Onderzoekers van het College of Agricultural and Environmental Sciences (University of Georgia) bestudeerden koopgedrag rond snijbloemen door tuinbouw en landbouw-economie te combineren. In een landelijke, representatieve studie onder meer dan 8.500 consumenten gebruikten ze clusteranalyse om patronen in aankoopgedrag en motieven te identificeren.
De analyse leidde tot dertien consumententypes. Enkele voorbeelden zijn het Valentijnsdagsegment (voornamelijk mannen die vaak rozen kiezen), gevers die alleen voor jubilea kopen, consumenten die voor eigen gebruik kopen, en een 'alles'-cluster dat voor alle gelegenheden bloemen aanschaft en het meest uitgeeft. Open antwoorden werden onder meer met woordwolken geanalyseerd; consumenten koppelden bloemen aan woorden als "schoonheid" en "geur", maar ook aan "verspilling" en "duur".
De studie vond duidelijke voordelen: kopers van bloemen gaven vaker aan zich beter te voelen thuis en op het werk, met minder stress, een betere stemming en hogere moraal. Het psychologische effect bleek sterker bij recente kopers. Zoals Ben Campbell, mede‑auteur en hoogleraar landbouw- en toegepaste economie, stelt, ervaren mensen een waargenomen voordeel bij het kopen van bloemen. Hoofdauteur Julie Campbell beschreef het kopen van bloemen in de pandemie als bijna een vorm van therapie.
De aanvoer van snijbloemen is wereldwijd en complex: importen—vooral rozen uit Colombia—domineerden nog steeds de Amerikaanse markt, maar de binnenlandse productie nam toe. Tijdens de COVID-19-pandemie verminderde de vraag naar bruiloften en begrafenissen en werden soms gewassen vernietigd, terwijl thuiskopen stegen. Lokale telers breidden de productie van seizoensbloemen zoals zinnia's en dahlia's uit om te focussen op lokale, seizoensgebonden soorten in plaats van te concurreren met massaal geproduceerde rozen.